Het astronomische begin van de herfst, de equinox, als dag en nacht even lang zijn, is niet vandaag, 21 september (veel mensen denken dat), maar pas overmorgen. Bedoeld wordt trouwens het noordelijk halfrond. Goed, dat gezegd hebbende, vandaag wordt ons nationale nieuws beheerst door een schokkende ontdekking van de Uni van Utrecht en het Trimbosinstituut, in het kader van Europese onderzoeken: de acceptatie van de homoseksualiteit onder jongeren zou in ons land aan het afnemen zijn. De nieuwslezer op het radiojournaal breidde het zelfs uit naar de hele LHBTIQ+-scene. Eén van de oorzaken zou de grotere aandacht voor de Manosphere zijn: influencers als Andrew Tate zouden valse mannelijkheidsbeelden verspreiden, waar heel veel vrouwen last van hebben…
Dit fenomeen, het als minderwaardig wegzetten van vrouwen, zou mede de basis zijn van de lagere tolerantie bij de hele LHBTIQ+-beweging – ruwweg een zesde van de wereldbevolking. Toen ik de berichten hoorde en me iets verdiepte in de achtergronden, overviel me een schandalige gedachte, waarvoor ik me aanvankelijk schaamde: wat nou als de opleving van de acceptatie in de jaren ’90 en daaropvolgende decennia een tijdelijk verschijnsel was, en wij nu, na het hoogtepunt in de jaren ‘10, weer terugvallen in onze oude denkwijzen als mensheid? Een half uur geleden viel de schaamte bij deze gedachte ineens weg en wist ik dat ik deze best gedurfde stelling hier moest melden, als mogelijke verklaring voor wat wij vandaag vernemen…
Ik zag enkele dagen geleden voor de vierde of vijfde keer de film The Imitation Game, een sterk geromantiseerde maar wat mij betreft zeer geslaagde film over het leven van de beroemde Britse wiskundige Alan Turing. In zijn tijd, het duistere decennium na WOII, werd homoseksualiteit als een afschuwelijke ziekte gezien en werd je er strafrechtelijk voor vervolgd, als het uitlekte: in geval van Turing werd het chemische castratie, omdat men geloofde dat een zware hormonale behandeling je weer ‘normaal’ zou maken, wat heet: ongevaarlijk voor de samenleving. Het is het trieste einde van de film, het deed pijn dat deze briljante man gecanceld werd, en dientengevolge geen andere uitweg zag dan uit het leven te stappen, omdat hij geen leven meer had zoals hij dit wilde leiden…
De acceptatie van ‘afwijkend zijn’ vergt lef en kost ‘niet-afwijkenden’ kennelijk energie, plus dat het ergernis opwekt. Ik heb het altijd heel normaal gevonden dat mensen die afwijken van de modus ook recht op een normaal leven hebben. Als je afwijkt ben je kwetsbaar, als hele groep. Mensen die niet afwijken hebben de neiging, als ze bijvoorbeeld een slechte dag hebben, om zich te ergeren aan het soms zeer uitbundige gedrag van LHBTIQ+-personen. Men ergert zich aan regenboogvlaggen, aan het hand-in-hand lopen op straat, aan het geven van zoenen tussen mannen en tussen vrouwen, ook aan de omgebouwde mannen tot vrouw wat je duidelijk ziet, aan de (te) uitbundige drags, aan queers, aan mensen die niet als hij of zij willen worden aangesproken, en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan…
Er zijn zelfs mensen die het ‘vieren’ van afwijkend vinden, in Gay Prides en dergelijke, sterk veroordelen, omdat het andere vijf-zesde deel, de niet-LHBTIQ+-ers, ook niet te pas en te pas vieren dat ze er zijn, dat ze bestaan. Dit gezegd hebbende: misschien heeft de LHBTIQ+-gemeenschap een publiciteitsprobleem, voeren ze slecht campagne, zoals ook gister de Duitse Kanselier Friedrich Merz ondervond toen zijn CDU bij lokale verkiezingen werd weggevaagd. Is het zinvol dat de LH-etc-beweging, een aanzienlijk deel van de wereldbevolking, eens de hand in eigen boezem steekt en zichzelf op een betere wijze gaat presenteren? Daarbij rekening houdend met het geïrriteerde vijf-zesde deel? Wie weet gaat dit gebeuren, is dit proces al bezig. Want er moet iets gebeuren vind ik, zoals het nu gaat zie ik een golf van terreur over de wereld gaan tegen dat één-zesde deel der mensen…
Iedereen weet dat Trump garen spint bij de uitkomsten van dit onderzoek. Hijzelf is ook een duidelijke voorstander van de Manosphere, zeg maar de term die vroeger mannetjesputter heette, en wat mij betreft zelden een positieve connotatie had. Op de radio zegt iemand nu dat we vooral aan heel jonge kinderen al moeten uitleggen dat het normaal is dat je praat over onderwerpen als ‘afwijkend zijn’. Daar kun je denk ik niets tegen inbrengen. Wie weet moet er eerst een hele generatie ouderen ‘verdwijnen’, zeg maar de mensen vanaf mijn leeftijd, die het vaak onzin vinden die hele beweging van paradijslijke regenboogwezens, die te veel aandacht opeisen van de maatschappij. Ook ik erger me weleens aan de beelden van de Gay Prides en dergelijke. Het is verdomde ingewikkeld hoor, ik kom er niet uit…
Toch zegt een innerlijk stemmetje dat we door deze fase van dalende acceptatie heen moeten, omdat er hoop gloort aan de horizon van de beperkingen die we de sociale media willen gaan opleggen, vooral voor kinderen tot 13-15 jaar. Ik vermoed dat we, dertig jaar verder, de Manosphere-hobbel wel de kop in hebben gedrukt. Het is ook een buitengewoon toeval, zeg maar domme pech, dat we nu een Trump hebben, een Erdogan, een Putin, een Xi, mannelijke voorbeelden die niet bepaald een warm hart toedragen aan LHBTIQ+-personen. Als deze politieke generatie is vervangen, komt er ruimte voor nieuwe visies. Want ik denk dat niemand na deze mannen precies op deze mannen zal willen lijken. Omdat politieke carrières ontstaan door onderscheidend te zijn. Daar ligt de kans die we in de toekomst gaan krijgen: onderscheidend zijn. En laat dat nou net, paradoxaal, ook het kenmerk zijn van de LHBTIQ+-beweging…