26-1-2023


Niet wetend hoe het met u zit: ik lees regelmatig boeken. Ja, op de ouderwetse manier. Gewoon die van papier, die je in de hand kunt houden of opengevouwen op tafel kunt leggen of in een leesstandaard kunt zetten…

Het voelt goed om boeken te lezen op deze gedateerde wijze. Wel denk ik aan het miljeu, want nieuwe boeken koop ik zelden. Ik struin het internet af naar nog in goede staat verkerend 2de-hands spul…

Vroeger lag mijn voorkeur bij romans en historische boeken, handelend over een oudheidkundig onderwerp. Soms, als ik in een melige bui was, las ik spirituele boeken, want die andere boeken zijn vaak zo serieus…

Om spirituele boeken kun je ongelooflijk lachen, terwijl dat beslist niet zo bedoeld is. Want auteurs van spiri-boeken zijn nog serieuzer en saaier dan bijvoorbeeld de meeste romanschrijvers…

Zo liep ik twee jaar geleden tegen een hoge muur op die Marieke Lucas Rijneveld heette. Of Lucas Marieke, want ze is ondertussen officieel genderweifelaar, die niet weet wat ze is en hoe ze wil worden aangesproken…

An sich begrijp ik het wel, want twintig- en dertigers, die zijn de wereld nog aan het ontdekken. Zelfs ik, nu vijftiger, heb een periode gehad dat ik het allemaal niet wist. En heel eerlijk, vaak weet ik het nog steeds niet…

Maar daar heb ik een oplossing voor gevonden, om zulks te duiden: ik ben namelijk niet volmaakt. Sterker nog, ik kom nogal tekort, op zo goed als alle fronten…

Naarmate het einde van het leven steeds meer in beeld komt, ben ik in staat er vrede mee te hebben. Ja, deels uit gemakzucht, omdat ik er maar niet goed uit kwam, hoe het leven werkte, en onmacht…

Enfin, ik had het over romans. Toen mijn verjaardag naderde, eind 2020, vroeg mijn partner of ik nog speciale cadeauwensen had. Ja, die had ik zeker!…

Ik wil wel eens wat van dat lieve meiske lezen, die Marieke Lucas, of zoiets, waar iedereen zo enthousiast over is, zei ik. Ook had ik haar een paar maal in de media aan tafel zien zitten, zinnige taal uitend…

Ze leek me een intrigerend schepsel, quasinonchalant ook (waar ik van houd), dat volgens vele moderne romankenners de absolute top was van dat moment…

En ik kreeg zowaar ‘Mijn lieve gunsteling’, in de gebonden versie nog wel. Wat een verwennerij zeg! Trots als een pauw was ik, zodat ik begin 2021, na de feestdagen, als een raket aanving met lezen…

Dat deed ik aanvankelijk met het neutrale beeld van dat engelachtige wezentje uit al die talkshows, feeëriek fladderend voor mijn geestesoog…

Meteen bij de eerste zin begon zich al enige weerstand te manifesteren: het was in de je-vorm geschreven. Een ‘ik’ die het over een ‘je’ had. Die ‘je’ bleek de lieve gunsteling te zijn…

Het is een kwestie van smaak, helaas heb ik moeite met boeken die in die stijl zijn geschreven. Een beetje te Hannes Meinkema-achtig, zoals haar ‘Maaneter’. Ik gruwel nog als ik terugdenk aan deze leeservaring uit de jaren ‘80…

En toen kwam dat woord dat nog tientallen malen zou volgen: (de) ‘magistraten’, tot je er strontvervelend van werd. Klap op de vuurpijl was de uitspraak op blz 154 over ‘het vuur van mijn lendenen’…

Toen kroop ik bijna stil in een hoekje weg om de waterlanders te laten stromen. Van ellende. Niet van ontroering. De ‘ik’ is een man zie zegt ‘dat jij het vuur van mijn lendenen was’…

Ik ben ook een man. Ik ken ook heel wat mannen. Mannen zullen zulk een uitspraak nooit, echt nooit nooit nooit doen. Het vuur van mijn lendenen pfff! Wat een ongekende larie…

Zelfs als je er rekening mee houdt dat ML-LM-R een dichteres is, zelf niet wetend of ze nu meer of minder dichteres is dan romancière, het kan er bij mij niet in, dat er (heterofiele, licht pedofiele – de ‘ik’) mannen zijn die spreken over het vuur van hun lendenen…

Toen ik dat las werden de laatste 200 blz een beproeving. Loodzwaar werd het, een steile ijswand. Zonder pikkel en zekering. Maar ik gaf niet op en las het uit. Enkele weken later kon ik het met een grote zucht aan de kant leggen…

Geen boeken van het engeltje meer voor mij! Ik voelde me als verlost, van het kwade. Zoals in het Onze Vader, waar het een verzoek is. Mijn verzoeken waren gehoord, ik was verlost van een loden kogel aan mijn enkel…

Nu mag je op basis van ‘n=1’ geen overhaaste conclusies trekken. Vorig jaar las ik Stadium IV van Sander Kollaard. Stukken beter leesbaar voor me, maar de gewenste heilzame nasmaak bleef uit…

Ik ben bang geworden om romans te lezen uit dit millennium, vooral van mensen onder de veertig toen ze het schreven. Zo las ik een paar jaar geleden ‘Bonita Avenue’, waar iedereen toen orgastisch blij mee was…

Na circa 150 blz heb ik het zowel gapend als geïrriteerd aan de kant gelegd. Hoe goedkoop kun je als romanschrijver worden, door de porno-industrie in je geschriften te verwerken…

Soms zag ik die man, Peter Buwalda, met zijn bijna altijd zweterige kop met wet-look-gel-haar in talkshows of forums aanzitten. Ongemakkelijk werd ik van ‘m, net zo ongemakkelijk als van zijn boek…

Een paar jaar geleden kwam er alweer een dikke pil van ‘m uit, ‘Otmars zonen’. Niet doen! Zei ’n luide stem tegen me. Laten gaan. Bescherm jezelf tegen zulke boeken. Het leidt nergens toe…

Los daarvan: ik gun alle auteurs van de wereld hun successen. Het is razend knap om een uitgever te vinden die je wil uitgeven. Ik spreek overigens niet voor mezelf, maar heb ’t van horen zeggen…

Okay. Inmiddels, tiktak, loop ik tegen de zestig. Bovendien ben ik ouderwetsch. Ik ben heel wat, maar allesbehalve een metro-man, of een hipster. Ik scheer me om de maximaal drie dagen, geen vieze met spekvet ingesmeerde baard voor mij…

Het heeft me een zekere angst opgeleverd, om romans van dit millennium te lezen. Angst om teleurgesteld te raken. Daarom draai ik liever rond in vertrouwde cirkeltjes, herlees ik oudere boeken die ik mooi vond…

Dat schiet niet echt op. Maar ja, wat wil je. Het leven is te kort om gokjes te nemen, dat je allerlei prul gaat lezen waar je niets mee hebt. Het is razend moeilijk om bij je passend (nieuw) proza te vinden…

Wat dan rest, zoals ik zei, is het herlezen van boeken. Geen metro-man, maar retro-man dus. Of het uitmelken van auteurs die je al kent. Zo lees ik thans ‘De weerspannige slaper’ van WFH…

De titel doet me wel iets denken aan ‘De laatste roker’, ook van zijn hand. De laatste zijn korte verhalen, de eerste korte column-achtige notities. Nog immer buitengewoon boeiend om te lezen…

Tenminste, voor deze ouwe reus dan. Als je oud bent, kun je maar beter ouwe meuk om je heen verzamelen. Meuk met een zeker patina. Dat voelt goed, al heeft het ook iets terugtrekkends in zich…

Of het nu een zelfverkozen soort van kluizenaarsbestaan is, of dat je als oudere die kant op wordt gemanoeuvreerd, daar ben ik nog niet uit. Misschien is het wel een combi van de twee…

Over kluizenaars gesproken. Trouw geeft vandaag een artikel over een ‘YouTube-kluizenaar’, ene Martijn Doolaard. De inzet rechtsboven op de voorpagina laat dat zien…

Prompt riep dat een contradictio in terminis op, want een kluizenaar zou niet op YouTube gaan, lijkt me. Een quod non van jewelste. Nu moet ik nog de moed zien te vinden het artikel te lezen. Ik ruik al een flinke dot weerstand…

Vraag me niet wat ik nu werkelijk met deze braakbal wil zeggen. Inhoudelijk weinig vrees ik. Het blijft toch, hoe je het ook wendt of keert, een kwestie van energielozing…

Wie weet gaan slimme bètakoppen in de toekomst nog een oplossing vinden om deze menselijke energie, die vooral voortkomt uit verontwaardiging, en ja, ook uit boosheid en teleurstelling, op te kunnen vangen…

Waar dat ‘m in zit, bijvoorbeeld die boosheid, dat weet ik werkelijk niet. Het is een soort van generieke boosheid, die al vanaf mijn geboorte bij me is, als een maat, of een buddy…

Een half uur later. Heb zojuist het lef gehad het artikel op blz 12 van Trouw te besnuffelen. Heb de foto’s bekeken en de tekst eronder snellezend…

Het is precies wat ik dacht: een tamelijk narcistische kluizenaar, die geen echte kluizenaar is maar een in de bergen van Italië wonende eenling. Een eenling die eigenlijk meer een gezelschapsmens en allemansvriend is maar dat niet wil toegeven…

Martijn Doolaard. Een ‘dolende aard’ dus. Klinkt toch een beetje als een nom de plume. Waarschijnlijk een marketeer met een burnout, die weet hoe hij zichzelf moet verkopen. Vroeger heette dat trouwens ‘overspannen zijn’…

Burnout klinkt veel heftiger, alsof er geen weg meer terug is. De maatschappij geeft mensen te vaak zulke labels, alsof men niet-reparabel beschadigd is. Bij ‘overspannen zijn’ moet je gewoon leren ontspannen, dat is alles, dan komt het weer goed…

Of het ook de leeftijd is weet ik niet. Feit is dat ik steeds meer ergernis ontwikkel bij aandachttrekkende mensen. Hallo, hier ben ik, kijk mij eens! Pfff! Maar het kan ook zijn dat mijn toch al korte lontje nog korter is geworden, bijna ‘op’ is…

Ter afsluiting een geintje. Inleiding: mijn korte lontje heeft grote moeite met van die mensen die aan zingeving doen. Afgrijselijk woord, dat het weinig verrassend tergend goed doet in de spiri-hoek…

Daar wil ik het niet over hebben, wel over een broertje van zingeving, namelijk ‘naamgeving’. In Trouw viel mijn oog op de naam van een wetenschapper die koeienpoep onderzoekt: Martine Bruinenberg. Wat een heerlijke dijenkletser!…

Barfman


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *