Gister werd een gitaar van John Lennon geveild voor een recordbedrag van 2,7 miljoen euro. In een item vanochtend op tv zei men dat deze houten klankkast [mijn woorden], een akoestische gitaar dus, door Lennon was gebruikt op het album Help!…
Dat wordt dan weer onderbouwd door allerlei foto’s uit die tijd, onder meer tijdens de opnames. Ik vraag me af of de soms op het vileine af, messcherpe Johnny, tevens de beroemdste vredesduif van zijn tijd, wel zoveel geld heeft verdiend in zijn korte leven…
Maar nu wordt dat ongekend grote bedrag betaald voor een stuk gebogen hout met snaren erop gespannen. Ik zag dat het een 12-snarige gitaar was, een Hootenanny. Daar had ik dan wat over gezegd denk ik, als ik de journalistieke regie van het item had…
Want 12-snarige gitaren klinken veel beter dan 6-snarige normale exemplaren. Enfin, wat ik ook altijd gek heb gevonden, is dat de song With a little help from my friends niet op het album Help! stond, maar op Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band…
En de ironie was, dat dit nummer pas echt beroemd werd in een cover van Joe Cocker, die het zo prachtig met een spastisch armpje de ruimte in brulde op Woodstock. Hij was niet echt spastisch maar dit gebeurde als hij in zijn zangtrance kwam…
Wie een echt spastisch armpje had was de zanger van Hit me with your rhythm stick. Die heette Ian Dury, tezamen optredend met The Blockheads. Hit me was een anti-violence song, zodat Ian, via de u-bocht met ‘Spastic’ Joe, ook een vredesduif kon worden genoemd…
U2 had tevens een cover van een Beatles-song die beroemder werd dan het origineel, zegt men: Helter Skelter. Dat kwam omdat U2, toen het Rattle and hum uitbracht, ongehoord populair was. Op dat album staat hun mooiste song ooit, vind ik…
Dat is All I want is you. In kracht bijgezet door één van de mooiste clipjes ooit gemaakt. En het stomme is dat ik totaal geen U2-fan ben. Wel werd ik tijdelijk enthousiast toen ze New Year’s Day lanceerden. Daarna ging toch langzaam hun nachtkaars voor me uit…
Los dan van die opleving met All I want is you. Verder moet ik bij de naam John Lennon ook altijd denken aan zijn zingende/componerende buddy èn antipode Paul McCartney. Een bekend thema is nog immer van wie je het meeste hield: van Paul of van John?…
Ik was overduidelijk een Paul-fan. Omdat ik Johnny te aanstellerig vond, vooral toen hij eenmaal met die megalomane Yoko begon te koketteren. Zo had je ook bij hun concurrenten van weleer, The Stones, een tweestrijd: was je voor Mick of voor Keith?…
Tussen die twee laatsten kon ik niet kiezen, omdat ik te weinig met The Stones had. Ik bezit zeggen en spreken één album van ze: Sticky fingers. Het beste nummer is voor mij, hoe kan het ook anders, een cover: You gotta move…
Een rustpunt op het einde van kant 1 van het album, toen we nog uitsluitend vinyl hadden. You gotta move is een vreemde eend in de bijt, echter voor mij het hoogtepunt van hun kunnen. Gevolgd door Angie en Mixed Emotions…
Over persoonlijke voorkeuren hoef je niet met elkaar te gaan twisten. Ieder mens heeft zo zijn of haar smaak. Wel zie je vaak dat mensen clashen op dit punt. Ik geef zonder oordeel mijn voorkeuren weer, en laat ieder ander in zijn of haar waarde…
Wat ik dus wilde zeggen is dat in het repertoire van bepaalde bands de cover een nogal belangrijke rol kan spelen. Zo heeft de in mijn jeugd in de VS zeer beroemde band Grand Funk Railroad pas aan het eind van hun carrière een wereldhit gehad buiten de VS…
Dat was een cover, Some kind of wonderful geheten. Het origineel was van Soul Brothers Six uit 1967, een band die nooit bekend is geworden. Grand Funk Railroad (GFR) was in hun tijd de luidst spelende live band. Trommelvliezen scheurden bij de vleet…
Idem waren er hilarische taferelen met in katzwijm vallende jonge vrouwen, omwille van zanger/gitarist Mark Farner. Dat was toen een langharige, gespierde handsome boy die, bijna tegen beter weten in, een idool van miljoenen werd…
In ons land was het een vrijwel onbekende band, afgezien van jongeren die van herrie hielden, zoals ik toen. Soms luister ik nog weleens naar hun beruchte Live Album uit 1970, opgenomen op het Atlanta Popfestival. Zonder remixen en dergelijke, zei men…
Eén van de meest rauwe muzieksessies ooit op vinyl gezet, denk ik. Bij tijd en wijle luister ik naar Live Album, naar geweldige songs als Inside looking out (een cover van The Animals!) en Into the sun (geen cover). Hun bassist is onverbeterlijk…
De hardste bas uit de geschiedenis der basgitaristen. Die was van Mel Schacher. Paul McCartney verbleekt erbij, Sting is een lulletje rozenwater, Jack Bruce loopt gillend weg als een keukenmeid, al komt Phil Lynott heel soms in de buurt…
Als je het volume van Live Album thuis knetterhard zet, bijvoorbeeld tijdens deel twee van In need, vanaf 1.45 min, kun je een koe zeer artistiek horen loeien. Het is zelfs niet storend dat het publiek er als een gek doorheen begint te schreeuwen…
Nu moet u niet denken dat de leden van GFR topmuzikanten waren, dat was echt niet het geval. De gitaarsolo aan het eind van In need was minimalistisch en rommelig uitgevoerd. Maar het heeft zoveel schwung, dat het staccato gepiel van Farner er niet toe doet…
Het mooie was dat de (van een afstandje) op een indiaan lijkende seksbom Mark Farner, op een gitaar speelde die toen met pleisters bijeengehouden werd. Of daar nu 2,7 miljoen euro voor wordt betaald? Als ik die had zou ik het er voor over hebben!…
Ja, ik heb makkelijk praten, want ik heb die niet liggen. En als ik dat geld wel had, zou ik liever ter hunner nagedachtenis een museum oprichten. Zodat ze over vijftig jaar nog worden herinnerd. Niet voor Some kind of wonderful, maar voor eigen werk…
‘Eigen werk eerst’, zou de slogan kunnen zijn, naar een vrije analogie van een bekende rechtse slogan. Je kunt een hekel aan covers hebben, ik heb er mixed emotions bij. Want een perfect uitgevoerde cover, het origineel overstijgend, kan toch ongelooflijk mooi zijn…
Barfman