Het is niet mijn gewoonte, maar laat ik beter meteen met de deur in huis vallen: onze landelijke politici maken zich zorgen of Dick Schoof, de nog steeds wat onwennig functionerende buikspreekpop van De Pruik, komende vrijdag wel op pad mag worden gestuurd als woordvoerder namens ons complete volk naar de EU-top. Deze zorgen bestaan omdat er een gevoelig onderwerp op de agenda staat, namelijk het veroordelen of op z’n minst streng toespreken van de Hongaarse Putin-adept Viktor Orbán, volgens velen ook een goede vriend van De Pruik. Of moeten we zeggen dat De Pruik een vriend mag zijn van Orbán, omdat het deze laatste goed uitkomt zich te kunnen omringen met bondgenoten, zo gelegen aan het uiteinde van de rechter flank van de EU? Zoals De Pruik ook de vriend mag zijn van vechtjas Benjamin Nethan Yahoo. Zoals hij ook Dear Giorgia mag zeggen tegen de minuscule krachtpatser Meloni…
Laat ik het nog maar een keer toelichten: De Pruik, dat is Geert Wilders, de leider van de zeer rechtse politieke troepen in den lande, de partij die afgelopen verkiezingen de allergrootste werd. Die Geert dus, de man met dat wonderlijke kapsel, dat al sinds hij actief is in de landelijke politiek op zorgvuldige wijze gecoiffeerd wordt, zonder dat we ook maar de geringste veranderingen kunnen waarnemen – zodat het niet geheel ondenkbaar is dat hij een pruik draagt, of beter nog, een hele serie pruiken heeft om te verhullen dat hij eigenlijk zo kaal als een neet is. Haha neen, nu zit ik maar wat te grappen hoor, het zal beslist zijn echte haar zijn. Toch vind ik het lijken op de vele eeuwen geleden gedragen pruiken in de betere klassen van de samenleving, toen het heel gewoon was te pronken met deze bijna-kledingstukken, die een vast onderdeel waren van de modetradities van weleer…
De Pruik slaat dus op het malle kapsel van Geert, wat inmiddels een vast en niet onbelangrijk onderdeel is van zijn imago. Zou je dat imago kunnen omschrijven met één woord? Ja, denk ik, het eerste wat me te binnen schiet is: frons. Als ik De Pruik zie, zie ik meteen een frons, een hoekige opstelling, een verontwaardiging, die direct erna wordt opgevolgd door een ferme uitspraak, gevuld met zijn meest geliefde krachttermen, die hij gelukkig wel op bijna artistieke wijze weet te variëren, want hij is als geen ander in staat om regelmatig met nieuwe termen op de proppen te komen. Dat hij daarbij vooral de lachers op zijn hand weet te krijgen, is één van zijn grote krachten. Wat nog meer dan? Het op bijna perfecte wijze spelen van de underdog, en het veinzen van het leed dat hem en vele landgenoten al decennia wordt aangedaan, daar is hij ook een kei in…
Ach ja, wat klets ik weer zo op de vroege ochtend. Belangrijker nieuws is dat de BBB-minister van Landbouw, de nog steeds wat onwennig met haar lange haren in het rond zwierende Femke Wiersma, zich de woede van vooral de kippensector op de hals heeft gehaald. Let wel, de kippen-, maar ook de rundvee- en varkenssector, wordt drukbevolkt door nogal wat BBB-stemmers. Dat hier nu een flinke spanning ontstaat tussen de boeren en hun ‘liefde’ voor de BBB, vind ik een buitengewoon boeiende situatie. Zodat in ieder geval ik de conclusie trek dat BBB-stemmers niet echt naar het politieke gedachtegoed kijken van de BBB, maar uitsluitend naar hun portemonnee, of ze in staat zijn hun niet onprettige winsten als ondernemer te kunnen continueren. Daarmee kan de BBB zich beter hernoemen tot Botte Boeren Belangenpartij. Hoezo is verzuiling in ons land verdwenen? Het is niet toevallig dat dit woord zo lijkt op vervuiling, kijkend naar het gruwelijke spoor dat de boerensector achterlaat in grond, water en lucht. Wanneer worden ze daarop afgerekend, zoals ze ook per kilogram afgerekend krijgen voor de producten uit hun ‘steeds diervriendelijker’ wordende productieproces?…
Steeds diervriendelijker, dat zijn de woorden van de sector zelf. Dat ze het eigenlijk, op de keper beschouwd, best goed doen, vindt men. Want er zit verbetering in, zegt men. Op zich waar, maar we komen van ver en zijn nog lang niet halverwege, denk ik. Want steeds als het slecht behandelen van dieren in de keten van de voedingsindustrie ter sprake komt, zeggen ze dat het veel te duur is om werkelijk diervriendelijk te produceren. Want, en daar komt-ie dan, het beschuldigende vingertje, om zichzelf te kunnen vrijpleiten van enige schuld: het ligt aan de consument, die niet bereid is om de hogere prijs, die hoort bij diervriendelijk boeren, te willen betalen. De nieuwerwetse boeren zijn erg goed, geholpen door hun belangenbehartigende achterban (pesticiden, veevoeders etc), in het aanvoeren van excuses om te kunnen rechtvaardigen waarom ze nog steeds zo weinig diervriendelijk kunnen zijn. Het is niet een kwestie van willen, maar van kunnen. Ze kunnen echt niet anders, huilebalken ze, want de consument is de schuldige, dat ze nog steeds dieronvriendelijk moeten zijn. Bah, je krijgt er meteen een vieze smaak van in de mond, terwijl je niet eens aan het eten bent…
Barfman