Yves Berendse. Die naam hoorde ik zojuist voor het eerst noemen in het bekende babbelprogramma op de vroege ochtend. Hij is een zanger van het moderne levenslied. Een wat populistisch door het leven bewegende iets oudere jongeman, een kaaskop met weliswaar bruinig haar. Hij staat vandaag in de schijnwerpers omdat er een tulp naar hem is vernoemd. Een tulp! Met Terug in de tijd zou hij een monsterhit hebben gescoord in onze muzieklijsten. Kennelijk zijn er karrenvrachten vol mensen blij met vertolkers van het platte levenslied, ik kan er werkelijk niets mee. Soms vind ik dat zelfs een beetje jammer, omdat ik ook weleens een nacht lang zou willen doorzakken, ranzige shotjes drinkend, terwijl ik met geëmotioneerd overslaande stem aan het mee-lallen ben met Yves’ toprepertoire. Ik mis gewoon het gen voor de lalleritis…
Ik weet niet goed of ik, als ik Yves was, blij of juist treurig moet zijn met een tulp. Bij tulpen moet ik aan tankwagen-volle hoeveelheden pesticiden denken, die de groei van zo’n wat mij betreft kitscherige bloem mogelijk maken. Dit mag je gerust een cynische denkwijze noemen, maar zo werkt het nu eenmaal bij mij in de bovenkamer. Thuis en in kleine kring verkondig ik al jaren dat als ik met bloemen kom aanzetten, ik wat uit te leggen dan wel op te biechten heb. Zelden koop ik bloemen om aan iemand te geven, het is een ronduit verderfelijke, paradoxale industrie waaruit de vaak zo olijk ogende bloemetjes voortkomen. Nee, geef mij maar een weide met natuurlijke bloemen, die ik vervolgens laat staan en niet lomp afpluk. Het genot van een in bloei staande weide staat bij mij vele malen boven bloemen in een vaas op tafel…
Ik ken mensen die wekelijks een bos bloemen mee naar huis nemen en deze in een vaas op tafel zetten. Het verhaal is dat men daar gelukkig en blij van wordt. Allemaal best, denk ik dan. Iedereen mag doen wat-ie wil, toch? Al zet je wekelijks een vaas met een stuk vlees erin op tafel. Als mensen hier gelukkig van worden, anderen er niet mee vervelen of storen, dan moet dat kunnen, toch? Allemaal voordelen van het wonen in een vrije westerse wereld. We zouden daar best eens dankbaarder voor mogen zijn, want bijna niemand realiseert zich dat het bijzonder is dat wij, hier, in laten we voor het gemak zeggen NAVO-gebied, al sinds 1945 geen actieve oorlog meer hebben gekend…
Dat zegt ondergetekende zonder zelf ervaringen uit WOII mee te nemen, want toen was ik nog lang niet geboren, laat staan dat mijn genetische verwekkers elkaar al kenden. Je hoeft niet een oorlog te hebben meegemaakt om je te kunnen inbeelden hoe (afschuwelijk) het moet zijn geweest. Nu, met deze twee klassieke gekken, Trump en Putin, mogen we ons toch echt wel zorgen gaan maken of we die al bijna 80-jarige oorlogsvrije tijd & ruimte kunnen doortrekken naar de nabije en verre toekomst. Trouwens, Trump zal vandaag een slechte dag beleven, want het volledige rapport van Jack Smith over Trumps leugenachtige inborst is openbaar gemaakt. Daar kan men haarfijn lezen hoe Trump ‘het’ deed: op weinig tot niets ontziende wijze proberen zoveel mogelijk macht en aanzien naar zich toe trekken…
Op zich een bekende menselijke eigenschap. Onze geschiedenis is doorregen met het vooral hebben van macht, met als bijzaak aanzien. Door macht krijgt men aanzien, niet andersom. Omdat macht aanzien kan afdwingen. Gister keek ik een film op Netflix die handelde over een groep Neanderthalers, zoals opgegraven in een grot in Koerdisch Irak. Een vreemde film, aan elkaar gebabbeld door Patrick ‘Captain Jean-Luc Picard’ Stewart, die weliswaar goed verzorgd was met acteerwerk middels met digitale maskers uitgeruste mensen die hun toenmalige soortgenoot nabootsten, vreemde keelklanken uitstotend omdat we niet zeker weten of ze hetzelfde strottenhoofd als wij hadden. Toch concludeerde ik dat er ook bij Neanderthalers, net zoals bij ons, sprake moet zijn geweest van macht en aanzien…
Omdat geleerden over het algemeen nog steeds aangeven dat de mens afstamt van primaten, kunnen we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat mensen geraffineerde machtspotentaten zijn. Kijk maar hoe apen het doen, gebruik maken van macht en kracht. Over het algemeen ben ik een vrij rustig mens, echter soms, als iets mij prikkelt en mijn korte lontje tot ontbranding komt, ben ik net zo erg als een borst-kloppende gorilla of een keetschoppende chimp. Ik zit nog net niet op mijn apenrots, maar ik weet gewoon dat het waar is omdat ik het ervaar, de macht van onze verre voorouders die door mijn aderen vloeit. Nog een zegen dat ik geen over-behaard mens ben, dat scheelt een slok op een borrel. Ook heb ik geen Lombroso-achtige kop met atavistische bijverschijnselen, zulks scheelt nog een slok. Wat het dan wel is, God only knows. In ieder geval ben ik ook geen Tarzan, laat staan Dian Fossey. Al is mijn favoriete fruit wel de banaan, dat dan weer wel…
B