Niet Donald Trump, Elon Musk, Vladimir Putin of Xi Jinping was gister bepalend aanwezig in het nieuws. Nee, het betrof een Nederlandse kok, die niet in het nieuws was omdat hij een vierde ster bemachtigde, maar zelf was vertrokken richting de sterren. Het bracht ons allemaal van de wapper, zo leek het. Het betrof de op 60-jarige leeftijd overleden Jonnie Boer, chefkok en oprichter van onder meer De Librije te Zwolle. In de tv-studio’s van allerlei kletsprogramma’s verschenen plots mensen die minimaal één keer bij hem en zijn Theresa hadden gegeten. Zelfs Eva Jinek, die meestal toch spectaculairder gasten of onderwerpen op haar strakke programma heeft staan, schonk er met een bijna aanwezige snik in haar stem aandacht aan. Jonnie Boer kreeg, juist door zo normaal te zijn gebleven gedurende zijn succesvolle leven van koken en managen van zijn diverse restaurants, plots nog meer lof dan hij bij leven ooit heeft gekregen. Dat zien we wel vaker als iemand de plaat poetst naar het hiernamaals…
Het verbaasde me niet dat de mensen die werden geïnterviewd om een reactie te geven op het plotse vertrek van Jonnie vanaf Bonaire, waar hij vertoefde, in mijn ogen toch allemaal welgestelde, volgevreten types waren. Toch is dit begrijpelijk, want Jan-met-de-pet kon zich een hapje eten bij Jonnie niet permitteren. Jort Kelder zei gister met dat besmuikte lachje van ‘m dat hij onlangs nog overweldigd was door met name het wijnarrangement van De Librije, wat ik dan weer een vreemde opmerking vond, omdat het in wezen niets te maken heeft met het op een bord geserveerde sterrenvoedsel van Jonnie. Kennelijk was Jort iets te gulzig aan het innemen gegaan, een kapitale fout die je niet moet maken, zeggen culinaire kenners, omdat het je culinaire waarnemingsvermogen aan tafel aantast, zodat je wel lol hebt maar toch minder goed ervaart wat je eet. Ik heb De Librije altijd gezien als een verlengstuk van welgestelde mensen, de doelgroep van dit beruchte restaurant. Maar ja, kun je iemand iets kwalijk nemen? Nee, natuurlijk niet. Het is wat het is, om er nog maar eens een lekker cliché tegenaan te gooien…
Onno Hoes, met steeds woester gedragen baard op kin en kaken, ook niet bepaald een armoedig mannetje, mag wat vertellen over zijn betrokkenheid bij de organisatie van de jaarlijkse 4 mei-viering op De Dam, onze Nationale Dodenherdenking. Op dit punt moet ik een afschuwelijke bekentenis doen: 4 mei zit niet in mijn systeem, als we om acht uur ’s avonds twee minuten stil en contemplatief moeten zijn, bij voorkeur de gevallenen herdenkend. Het zit niet in mijn levensroutine daaraan te denken, ik werd er tot nu toe meestal op gewezen als ik om precies acht uur naar het achtuurjournaal wilde kijken: “Oh ja, die Dodenherdenking, pfff. Laat ik even meedoen, je weet nooit waar dit goed voor is.” Zoiets denk ik dan, als ik ermee geconfronteerd wordt dat deze dag, om acht uur in de avond, er een jaar later alwéér is…
Zou het komen omdat ik een geboren katholiek ben, waar je geleerd krijgt dat op 1 november de Heiligen herdacht worden en op 2 november alle overige Doden? Misschien wel, maar misschien ook niet. Wat vaststaat is dat 4 mei niet op mijn netvlies zit, ik krijg er geen vat op, of misschien moet ik zeggen dat 4 mei geen vat op mij krijgt, dat mijn katholieke beschermingsbubbel sterker is dan de Dodenherdenking? Vrijwel ieder jaar voel ik een schaamte in me opwellen als ik er weer niet bij was met mijn hoofd, bij deze belangrijke dag en dito moment. Het is stom dat juist mij dit moet overkomen, ik die een tamelijk routineus mens kan worden genoemd. En dan heb ik het nog niet over een dag later, 5 mei, de dag dat we werden bevrijd uit de wurgende handen van onze oosterburen. Ook dit is een dilemma voor me, want waar ik woonde in Brabant werd de bevrijding uitbundig gevierd op 18 september, toen de Geallieerden het zuidelijke deel van ons land in kleine stapjes ontdeden van de vijand. Daarom zegt 5 mei mij minder dan 18 september. Het is maar net waar je wiegje stond, om er nog een ander cliché tegenaan te gooien…
B