Je kunt aan het glunderen van Frau von der Leyen zien dat ze happy is met het bereikte vrijhandelsakkoord tussen de EU en India. Vooral omdat het akkoord in haar bewindsperiode valt. Want men is al meerdere decennia bezig om een handelsakkoord te sluiten. Wat op zich gek is, want wat is nou het probleem, denk ik dan in mijn eenvoud als leek, happy inwoner van de EU? Von der Leyen is blij dat met dit akkoord, dat een slordige twee miljard mensen bereikt, een kwart van de wereldpopulatie, bovendien dwarsboomt het de agressieve tariff strategy van Trump…
Een akkoord dat een aan twee kanten snijdend mes is: enerzijds een goede deal tussen de twee territoria, anderzijds een lange neus naar het nare heerschap Trump. Het is niet de vraag of hij zal reageren maar wanneer, en vooral hoe. Hij zal zonder enige twijfel met een mooi pakket aan strategische strafheffingen komen, want in zijn ogen zijn de EU en India twee stoute jongetjes die in de hoek moeten worden gezet. Gister bleek namelijk al dat hij ook een andere stoute zondebok, Zuid-Korea, afstraft met een verhoging van zijn beloved tariffs…
In onze eigen Madurodam-economie zien we de laatste stuiptrekkingen van het nieuw te vormen minderheidskabinet, het is niet echt fraai zei de kraai. Met niet al te fraai bedoelt deze kraai (ik dus) duidelijk te maken dat het er tamelijk verkrampt aan toe gaat, kijkend naar de publieke uitingen der drie hoofdrolspelers. Het patroon: Jetten blijft onveranderlijk positief (met tegen-wil-en-dank-uitstraling), Miss Krultang (Dilan Y-Z) wiebelt vrolijk verder op haar hoge hakjes (het blijft vlees noch vis wat deze ijdeltuit bazelt), terwijl Henri Bontenbal de ‘verstandige derde’ blijft die alle plooien glad strijkt (idem tegen beter weten in)…
Het stomme is dat de grote verscheidenheid aan politieke kwaliteiten wat mij betreft de enige positieve kans is op succes: de verschillen der spelers. Ik durf het niet aan om te zeggen dat er sprake is van complementaire kwaliteiten, dat nu ook weer niet. Toch zie je dat het van de grond kan gaan komen, zeker nu GL-PvdA, in de persoon van Jesse Klaver, over zijn linkse hobbyhart heeft gestreken, door open te staan om het nieuwe drietal niet per definitie te willen gaan dwarsbomen. Dit is een mooi gebaar van ‘links’, al vraag je je als leek af hoe dit dan zal gaan werken in de praktijk van ons zich eindeloos stuk-polderende Parlement…
Gelukkig hoef ik hier mijn hoofd niet over te breken, daar zijn politici voor bedacht. De ‘hoe’ van de nieuwe regering, hoe men het wil gaan doen met een parlementaire minderheid, is een voor mij niet-voorstelbaar complex van ingewikkeldheden, waar ‘normale, beperkte mensen zoals ik’ geen voorstelling bij kunnen maken. Als ik bijvoorbeeld door deze rechtse marionettenregering zou worden buitengesloten (Miss Krultang die Klaver uitsluit), zou ik ze zoveel mogelijk dwarsbomen, omdat het land door hun beleid er alleen maar slechter van wordt…
Ik wil graag denken dat politiek bedacht is om het land als geheel te helpen. Met ‘land als geheel’ bedoel ik met name de mensen die tot de zwakkere bevolkingsgroepen behoren. Dit bedoel ik niet denigrerend, maar in het algemeen heb ik het over kwetsbare personen, die moeite hebben met begrijpen wat er zoal gebeurt in de maatschappij, dan wel een zodanig laag inkomen hebben dat ze geleefd worden. Ik ben er al sinds mijn jeugd van overtuigd dat politiek er vooral is ter bescherming van kwetsbaren. Met als argument: als het de kwetsbaren goed gaat, gaat de rest ook als een raket…
Ja, dat moge men een nobel streven noemen, tevens kan het als dom of kortzichtig worden geduid, mijn nobele denkwijze. Toch is dit waarom ik al sinds mijn achttiende ‘links’ stem, vanwege de sociale gedachte. Het gaat hierbij niet om de details, maar om de grote lijnen. De grote lijnen bij ‘links’ zijn deze sociale gedachte, terwijl de grote lijnen bij ‘rechts’ juist zijn de verdere bescherming c.q. bevoordeling van de reeds machtigen en rijken. Politiek is het verdedigen van belangen: ‘links’ komt op voor de arme sloebers, ‘rechts’ voor de welgestelden…
Inmiddels is ons land (en met ons vele andere landen waar nog geen dictatuur is gevestigd), door het wereldwijd verspreide populistenvirus, een wat afgezwakte versie van de oude ‘linkse’ en ‘rechtse’ belangen geworden. We houden nu van politici die ferme, duidelijke taal gebruiken, die de mensen aanspreekt, in plaats van oplossingsgerichte taal die vooral gericht is op kwetsbaren. Het is gek dat zelfs kwetsbare kiezers op populisten zijn gaan stemmen, niet zelden vanwege de valse beloften die populisten doen, zoals grenzen die geheel op slot gaan en de eigen bijdrage in de zorg die verdwijnt…
Types als Wilders spinnen garen bij de voorheen linksere stemmers, ontevreden geworden over het beleid van linkse regeringen – die er, eerlijk is eerlijk, ook weinig van bakten. Ze zijn gevoelig geworden voor populistische prietpraat. Je doet er niets tegen, zolang populisten binnen de wet acteren, wat ze slim als ze zijn overwegend doen. Toch is ook populisme een vast onderdeel van politiek: als wetenschappelijk onderbouwde politieke standpunten niet langer beklijven door zwakke politici, krijgt populisme van onzin verkondigende politici alle ruimte. Dat zeg ik met een diepe zucht, het hoort er allemaal bij, leuk of niet…