Het is de derde week van de brute oorlog te Iran, ingezet door de agressoren VS-Israël. Je kunt merken aan het gedrag van met name Trump, al mag je Netan Yahoo niet uitvlakken, dat hij geïrriteerd begint te raken. Geïrriteerd omdat hij had verwacht dat de Iraniërs minder taai zouden zijn, dat ze allang zouden hebben gecapituleerd. Iedere dag dat de VS bezig blijft met deze geld- en kapitaal-verslindende missie, wordt Trump chagrijniger en zal hij de oorlogsmachine nog meer aansporen tot annihilatie over te gaan, whatever it takes…
Wat Trump ook doet, geheel volgens verwachting, is de EU en andere landen proberen te betrekken in zijn vuile oorlog. Met als verwachte reactie, als die landen niet doen wat hij wil: dreigen met van alles en nog wat. Hij wil dat andere landen meehelpen met het per boot beveiligen en beschermen van de Straat van Hormuz, om de olietankers weer vrij spel te geven hun dure ladingen olie te kunnen bezorgen op de juiste plekken op aarde, zodat de dreigende globale crisis, ook in de VS, door Trumps dommige aanvalsagressie, kan worden beperkt…
Trump dreigt nu ook NAVO-landen dat hij een slechte toekomst voorziet voor de NAVO, als men hem niet meehelpt zijn vuile oorlog te doen voeren. Het is het gedrag van een kind, een volwassen kind, uitgedost in van die malle, altijd iets te grote maatkostuums, met zo vaak het ridicule MAGA-petje op zijn kruin, ter completering van een haast Carnavaleske, bespottelijke uitdossing. Alsof je daarmee de sympathie van andere landen kunt prikkelen, dat je dan eerder voor steun aan zijn oorlogszuchtige handel en wandel kiest. Een ridicule gedachte…
Ik denk bij dit alles: kom op Donald J. Trump, doe eens volwassen jongen, je bent aan het zeuren geslagen. Hou je broek eens zelf op en ga niet meteen, bij tegenslagen, de schuld van je falen projecteren op anderen, zoals de EU of de NAVO. Ik krijg bij het optreden van deze nare man, een moderne usurpator, hetzelfde onbehaaglijke gevoel als bij het boek dat ik momenteel lees: Het pesticidenparadijs, van Dirk de Bekker. Naarmate je vordert in dit boek, krijg je als burger van ons land de indruk dat je systematisch door pesticidenfabrikanten, maar ook door onze overheid wordt tegengewerkt. In het bijzonder de toelatingscommissie het Ctgb, die pesticiden moet beoordelen op gevaarlijkheid…
Het is, zoals de schrijver meerdere malen meldt, een kafkaëske situatie. Vroeger heetten pesticiden nog landbouwgif, het enige correcte woord. Tegenwoordig heeft de landbouw- en giffabrikantenlobby het over gewasbeschermingsmiddelen. Wat een farce, als je ziet wat die middelen doen: alle leven vernietigen rondom de gewassen. Het is geen beschermen dus, maar vernietigen van de directe leefomgeving van het gewas, wat ik geen bescherming door een beschermlaagje of iets dergelijks vind. Het is heel veel Trumpiaanse agressie, maar dan op microniveau…
Het boek van de Bekker zou, wat mij betreft, prima in een bewerkte, verkorte versie in het curriculum van middelbare scholen kunnen worden opgenomen, om te laten zien hoe het zit, met dat wat we dagelijks op ons bordje zien verschijnen. Alleen al de vele misleidingen van burgers die de belanghebbenden, gifmakers en hun afnemers de boeren, via hun machtige lobby de wereld in hebben geholpen, is een leerzaam proces om op school voorgelegd te krijgen. Het maakt begrijpelijk voor jongeren hoe de grote boze wereld werkt. Hadden ik en met mij vele jongeren die lessen vroeger maar geleerd op school, dan zou onze maatschappij er denk ik een stuk vriendelijker uitzien. Daar klamp ik me aan vast, dat het beter moet dan nu. Ja, ik zucht nog maar eens diep, al is het een illusie dat het helpt…