5-6-2026


Gister hoorde ik op de radio een item over het fenomeen van het bedenken en geven van straatnamen, met name in geval van nieuwe straten bij nieuwe woonwijken. Er zijn zelfs mensen die ‘specialist straatnamen’ heten, en door commissies geraadpleegd worden als er ergens nieuwe straatnamen in het spel zijn. Gister was er een probleem in de gemeente Lansingerland, waar zes straten Arabische namen zouden gaan krijgen, beginnend met Wadi, gevolgd door achtereenvolgens Musa, Damm, Rum, Shab, Draa en Mansour. Een groep van 44 omwonenden heeft protest aangetekend tegen deze exotische namen. Begrijpelijk? Ja, misschien wel, of toch niet?…

Waarom begrijpelijk? Daar kun je meerdere redenen bij bedenken. In de eerste plaats omdat mensen ‘het vreemde’ onprettig vinden, bedreigend soms, uitgaande van de term xenofobie. Ik betreur het, maar het is wel een reëel aspect van onze samenleving, dat er heel wat mensen zijn die xenofobe trekjes of trekken vertonen. Daarnaast kan het onhandig zijn om moeilijk te spellen (en schrijven) woorden te gebruiken als straatnaam. Bovendien kun je, kijken naar de omgeving waar een woonwijk uit de grond is gestampt, vaak dankbaar gebruik maken van woorden of benamingen uit die omgeving, om die te koppelen aan de straten. Zoals Molenweg (waar een molen stond), Vijverweg (waar een vijver was), enzovoorts…

Toen ik de ‘straatnamenspecialist’ aan het woord hoorde en hem logische zaken hoorde melden over wat je allemaal wel of niet kunt doen bij het verzinnen van straatnamen, dan denk je al vrij snel: de 44 mensen die hebben geklaagd over die exotische wadi-namen, ze hebben mogelijk gelijk. Het is een vorm van armoede, om de naam Wadi te verbinden aan de straatnamen, ook al heeft de projectontwikkelaar diverse kleine ‘wadi’s’ in de wijk gecreëerd, waar regenwater wordt opgevangen vanuit de waterdrainage bij heftige regenbuien. Al zal dit niet de reden zijn van ‘de 44’, ze gaven aan het ‘niet passend’ te vinden. Dat klinkt als ‘afweren van het vreemde’, al kan ik dit niet hardmaken…

Vandaag mag Gijs Tuinman weer eens aanzitten bij de populaire ochtendbabbelshow Goedemorgen Nederland. Gijs zit er verdwaasd bij, zijn slordig gedragen lange haren liggen wat verwaaid en nat-plakkerig op zijn hoofd, het is geen ‘plaatje’ om naar te kijken. Nu hoeft dat natuurlijk niet, maar de ‘discrepantie’ tussen de wild ogende Gijs en zijn expertise op het gebied van militaire aangelegenheden, als voormalige, ernstig gedecoreerde oorlogsheld (plus zijn functie als BBB-Staatssecretaris van Defensie in Kabinet Schoof), maakt het voor mij moeilijk om naar hem te kijken en luisteren. Bovendien vind ik zijn lijfspreuk ‘ik ben van de sociaal-conservatieve politiek’ bijna xenofoob klinken, omdat ik dit een vreemde combi vind en elkaar lijkt uit te sluiten…

Goh zeg, ik hoor dat Tuinman enkele weken geleden al zijn partijlidmaatschap van de BBB heeft opgezegd, heb dit kennelijk gemist. Vanwege onvrede over koers en leiderschap. Verder ‘is hem veel pijn gedaan’ door de partij. Nou nou, denk ik dan, dat is geen taal voor een stoere soldaat. Het blijkt dat hij van de Mona Keizer-koers is en een straffer en radicaler (sociaal?) rechts beleid voorstaat (migranten weg, grenzen dicht! e.d.). Hij is uit op een plekje dicht bij Keizer in haar nieuwe partij, als die er komt. Gijs is sluw, hij ziet de BBB als een zinkend schip en Mona als een Volendamse reddingsboei. Misschien wordt hij haar nieuwe adjudant, de ‘tweede man’. Dat klinkt bijna als veilig, niet soldaatwaardig. Kom op Gijs, waar is je Limburgse bluf gebleven? Dit is wat je noemt de door De Pruik bedachte ‘Schoofse slappe hap’…


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *