3-8-2026


Na een verblijf van ruim een maand in het buitenland kwam ik gister weer thuis in het Gelderse BBB-land. Ja, ik wist al dat – excusez le mot – de ‘kutboeren’ alweer aan het protesteren waren geweest, ditmaal in een (nog) publieksvriendelijke setting. Zulks betekent zoveel dat ze (nog niet) asbestplaten op de snelwegen flikkeren, alsook (nog niet) bergen gelukkig dierlijke stront (mest), waar ze juist vanwege al die mestoverschotten (veel te veel dieren per vierkante meter voor de florerende export) flink voor moeten dokken als ze het naar de mest-verwerkende bio-destructor sturen. Nee, zo erg is het gelukkig (nog) niet. De woorden ‘nog’ en ‘nog niet’ zijn dreigende woorden die de hun agressie met moeite onderdrukkende boeren zelf gebruiken, in hun eenzijdige communicatie naar de wereld…

Communicatie naar de wereld, laten we zeggen het non-verbale deel, of wat dit ook moge betekenen, luidt regelmatig: duizenden vlaggen in illegaal geplaatste vlaggenmasten hangen waarmee ze het groene landschap nog meer vervuilen dan ze met kleine geniepige, voor het menselijke oog onzichtbare stofjes al doen: landbouwgif. Niks de door boeren gehypete term gewasbeschermingsmiddelen, omdat het de omgeving, met alles wat erin leeft, zo ernstig vervuilt, en de boeren dit maar niet willen begrijpen (de ernst van die vervuiling op de korte, middellange en vooral lange termijn – boeren geven kennelijk niets om hun kinderen, hoe die over twintig jaar opgroeien), waar ze blind voor en afhankelijk van zijn geworden. Blind voor wat het doet met alles wat leeft, afhankelijk omdat een boer efficiency hoog in het vaandel heeft staan, wat dan weer betekent zoveel mogelijk knaken verdienen over de rug van alles wat leeft…

Een nieuw element in de non-verbale boeren-communicatie is het plaatsen van enorme spandoeken met daarop dommige boeren-kretologie, die in een milliseconde mijn agressie jegens boeren mijn kop laat opzwellen die lijkt op een purperen ondergaande zon. De honderden spandoeken (in frames), de duizenden vlaggenmasten (oh, ik schreef per abuis vlaggenmesten) en bijbehorende op de kop hangende vlaggen, het is bijna net zo vervuilend als dat ze met hun agrarische business zijn. Grom! Is er niet ergens een oud wetje, nog uit de tijd van Thorbecke, die boeren rechtens kan laten veroordelen vanwege majesteitschennis, met die beledigend op z’n kop hangende Nederlandse vlaggen? Veel, zo niet alles mag worden ingezet om de boeren met gelijke munt terug te betalen…

Natuurlijk ben ik nu nogal hypocriet, omdat ik het Koningshuis liever vandaag nog dan morgen zie verdwijnen. Wel moet dit netjes met ze worden geregeld zeg ik altijd, een keurige gouden handdruk. Maar daarna moet het afgelopen zijn met de flauwe kul, vanaf dan moeten ze de eigen boontjes doppen, dat moet ik namelijk ook, en met mij miljoenen landgenoten. Ik ben snel afgeleid vandaag, het komt door de irritatie vanwege de boeren. De boer hier vlakbij ons huis was gister zijn eigen tuintje aan het bewateren. Mijn neus! Dat moeten u en ik eens proberen, dan is er meteen burgerlijke verontwaardiging en komt de wijkagent langs…

Nee, boeren mogen dat, en tegelijkertijd hoor je ze maar steen en been klagen over de zakkende grondwaterspiegel, de bodemvervuiling (ja echt waar, ze snappen niet dat ze dit zelf doen!) en de betuttelende opwaardering van de natuur door honderdduizenden natuurliefhebbers, terwijl juist zij, boeren, van zichzelf vinden dat ze één zijn met de natuur. Wat een giller, een brevet van onvermogen om naar de eigen destructieve activiteiten te kijken. Het bewateren van hun tuintje, dat is waar het om draait, daar laat men zien onvoorwaardelijk van de natuur te houden. Honderd meter verderop spuiten ze een complete berm oranjegeel met roundup, want het grasveld ernaast, voor hun koeien, heeft last van het oprukkende onkruid. Mijn neus!…

Dat moeten u of ik eens doen, je gaat er wekenlang voor achter de tralies, als staatsondermijner. De ‘twee maten waarmee de boeren meten’, ja een prachtig systeem hoor, het is een gebrek van de hand in eigen boezem kunnen steken. Het is zoiets als de bekende kettingroker die klaagt, als zijn huisarts tegen ‘m zegt dat-ie beter kan stoppen: “Maar ik ben toch zeker verslaafd? Ik kan niet zonder mijn sigaretten, de maatschappij heeft mij verslaafd gemaakt. Stoppen kan niet meer.” Ja, de verslaafde roker verschuilt zich op dezelfde wijze achter zijn excuses als de gemiddelde boer, die wil boeren, want het is zijn goed recht om een goede boterham te verdienen. Al die regels vindt-ie maar niks, die gelden niet voor hem, het is je reinste betutteling door de overheid, boertjes pesten. Diepe, diepe zucht…


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *